<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Loonbelasting &#8211; Van &#039;t Veer</title>
	<atom:link href="https://www.veeracc.nl/category/loonbelasting/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.veeracc.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 30 Nov -001 00:00:00 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0</generator>
	<item>
		<title>Rechtbank adviseert klacht tegen UWV wegens te lage loonheffing</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/06/11/rechtbank-adviseert-klacht-tegen-uwv-wegens-te-lage-loonheffing/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 11 Jun 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-67512</guid>

					<description><![CDATA[Een man ontvangt een aanzienlijke nabetaling van het UWV. De rechtbank concludeert dat de man de nabetaling fiscaal heeft genoten in 2020. Dit komt]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een man ontvangt een aanzienlijke nabetaling van het UWV. De rechtbank concludeert dat de man de nabetaling fiscaal heeft genoten in 2020. Dit komt doordat hij het geld pas in dat jaar in &eacute;&eacute;n keer heeft ontvangen en er eerder onzekerheid bestond over zijn recht op de uitkering. Volgens de wet is het genietingsmoment van loon ineens het moment van nabetalen. De rechtbank kan deze situatie niet veranderen, omdat dit een keuze van de wetgever is. De aanslag klopt dan ook.</p>
<h4>Te weinig loonbelasting</h4>
<p>De rechtbank heeft wel sterk het vermoeden dat het UWV veel te weinig loonheffing heeft ingehouden op de nabetaling. Het is immers erg onwaarschijnlijk dat er maar &euro; 2.373 aan loonheffing drukt op een brutoloonbedrag van &euro; 30.638. De rechtbank denkt dus dat er op de een of andere manier achter de schermen bij het UWV iets is misgegaan. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat het UWV tijdens de procedure over het uitkeringsrecht wel gewoon elke maand (of elke vier weken) een loonstrook heeft gedraaid, maar steeds het nettobedrag dat onderaan die strook staat heeft achtergehouden in afwachting van de procedure. Toen die procedure was afgerond, zijn eenvoudigweg alle achterstallige bedragen bij elkaar opgeteld en heeft het UWV de opgetelde netto bedragen aan de man uitbetaald. De opgetelde brutobedragen en de opgetelde inhoudingen van loonheffing zijn vervolgens doorgegeven aan de Belastingdienst. Als dat klopt, zou dat verklaren waarom het UWV zo weinig loonheffing heeft ingehouden.</p>
<h4>Klacht en middeling</h4>
<p>De rechtbank vindt het te ver gaan om op dit punt zelf actie te ondernemen richting het UWV, maar de man zou dat wel kunnen doen, bijvoorbeeld door het klachtenformulier in te vullen. Daarbij kan de man dan de uitspraak van de rechtbank meesturen, zodat het UWV begrijpt waar de crux zit. Daarnaast zou een verzoek tot middeling tot een teruggaaf voor de man kunnen leiden. Daarmee wordt dan een deel van de pijn verzacht. De rechtbank heeft de stukken van de man tegelijk met de uitspraak naar de inspecteur gestuurd, zodat de inspecteur het verzoek om middeling met inachtneming van de informatie uit de uitspraak in behandeling kan nemen.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Rechtbank Midden-Nederland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNNE:2024:2177| 05-06-2026</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Geen inlenersaansprakelijkheid door slordig handelen ontvanger</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/05/21/geen-inlenersaansprakelijkheid-door-slordig-handelen-ontvanger/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 21 May 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-67249</guid>

					<description><![CDATA[Een ontvanger die uitstel van betaling verleent, moet rekening houden met de belangen van derden die aansprakelijk kunnen worden gesteld. Hij mag niet]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een ontvanger die uitstel van betaling verleent, moet rekening houden met de belangen van derden die aansprakelijk kunnen worden gesteld. Hij mag niet met minder zekerheid genoegen nemen dan hij zou doen als er geen derden aansprakelijk gesteld kunnen worden. Doet hij dat toch, dan verliest hij de bevoegdheid om die derden aan te spreken. De bewijslast ligt bij de ontvanger. Hij moet aantonen dat niet meer zekerheid te krijgen was.</p>
<h4>Betalingsproblemen vanaf het begin</h4>
<p>Een transportbedrijf leent personeel in van een uitzendbureau. Het uitzendbureau gaat failliet met onbetaalde belastingschulden. Het uitzendbureau kende al sinds de oprichting in 2015 betalingsproblemen.&nbsp;In 2017 verleent de ontvanger uitstel van betaling voor ruim &euro; 644.000 aan belastingschulden. Hij bedingt zekerheid via een pandrecht op vorderingen en spreekt een betalingsregeling af van &euro; 75.000 per maand. Het uitzendbureau houdt zich aan de regeling tot mei 2018. Dan stoppen de betalingen. De ontvanger trekt het uitstel in en start de dwanginvordering.</p>
<h4>Factoringovereenkomst nooit opgevraagd</h4>
<p>In september 2018 legt de ontvanger beslag op de inventaris van het uitzendbureau. Die wordt later verkocht voor nog geen &euro; 8.000. Er volgen gesprekken. Het uitzendbureau biedt een debiteurenlijst van &euro; 4,5 miljoen als zekerheid aan. De ontvanger vraagt om de factoringovereenkomst, maar het uitzendbureau stuurt die niet. Toch accepteert de ontvanger in november 2018 een pandrecht op de vorderingen. Hij vertrouwt op de verklaring van het uitzendbureau dat de vorderingen niet al zijn bezwaard.</p>
<h4>Pandrecht blijkt waardeloos</h4>
<p>Het uitzendbureau komt de betaalafspraken niet na. Er volgt een kort geding. Het uitzendbureau zou &euro; 6,9 miljoen betalen, maar dat blijft uit. De ontvanger maakt het pandrecht openbaar en vraagt het faillissement aan. In maart 2019 is het uitzendbureau failliet. Dan blijkt dat het uitzendbureau al in 2017 een groot deel van haar vorderingen had gecedeerd aan een Luxemburgse vennootschap. Het pandrecht was dus grotendeels waardeloos. In juli 2022 stelt de ontvanger het transportbedrijf aansprakelijk voor ruim &euro; 109.000 aan onbetaalde loon- en omzetbelasting.</p>
<h4>Ontvanger had moeten doorvragen</h4>
<p>De ontvanger wist al in september 2018 van de factoringovereenkomst. Hij heeft die overeenkomst nooit ontvangen, maar toch een pandrecht geaccepteerd. Van een zorgvuldig handelend ontvanger mag worden verwacht dat hij nagaat of de verpander bevoegd is. De verwijzing naar de verklaring van het uitzendbureau is onvoldoende. De ontvanger heeft feitelijk uitstel van betaling verleend zonder adequate zekerheid.</p>
<h4>Bevoegdheid tot aansprakelijkstelling verloren</h4>
<p>De ontvanger maakt niet aannemelijk dat hij niet met minder zekerheid genoegen heeft genomen dan van hem verwacht mocht worden. Hij heeft ook niet aangetoond dat geen andere zekerheden te bedingen waren. Het hof oordeelt dat de ontvanger de bevoegdheid heeft verloren om het transportbedrijf aansprakelijk te stellen. De beschikking aansprakelijkstelling wordt vernietigd.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2026:1076| 21-04-2026</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kosten exact gelijk aan omzet? Hof gelooft het niet</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/05/07/kosten-exact-gelijk-aan-omzet-hof-gelooft-het-niet/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 07 May 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-67016</guid>

					<description><![CDATA[Een dga stelt dat zijn bv structureel verlies lijdt en dat daarom geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. Hof Amsterdam gelooft]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een dga stelt dat zijn bv structureel verlies lijdt en dat daarom geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. Hof Amsterdam gelooft hem niet. De aangiften vennootschapsbelasting (vpb) tonen jarenlang kosten die nagenoeg exact gelijk zijn aan de omzet. Dat is zonder nadere toelichting onwaarschijnlijk. Bovendien ontbreken banksaldi en eigen vermogen op de balansen, terwijl de bv wel een bankrekening heeft.</p>
<h4>Geen aangifte loonheffingen</h4>
<p>De bv verhuurt onroerend goed. De dga is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij verricht werkzaamheden voor de bv, waaronder het aangaan van huur- en koopovereenkomsten. De bv heeft zich niet aangemeld als inhoudingsplichtige en heeft geen aangiften loonheffingen ingediend. De dga ontvangt wel loon via een payrollbedrijf, maar die loonkosten zijn niet doorberekend aan de bv. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van &euro; 13.210, gebaseerd op een gebruikelijk loon van &euro; 28.125 over 2017 en 2018 gezamenlijk. Daarbij past de inspecteur een deeltijdfactor van 50% toe.</p>
<h4>Beroep op structureel verlies</h4>
<p>De bv stelt dat zij in de betreffende jaren geen winst heeft behaald en dat op die grond geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. De omzet schommelt volgens de bv al jaren rond de &euro; 17.000. De inspecteur betwist dit. Uit de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 blijkt dat de omzet beduidend hoger is: tussen de &euro; 25.000 en &euro; 66.000 per jaar.</p>
<h4>Onwaarschijnlijke kostenpatronen</h4>
<p>Het hof oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een langdurige verliessituatie. In de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 zijn de kosten telkens nagenoeg gelijk aan de omzet. Dat is zonder adequate toelichting van de bv op z&rsquo;n minst genomen onwaarschijnlijk. Bovendien bevatten de balansen geen banksaldi, terwijl vaststaat dat de bv wel een bankrekening heeft. Ook ontbreekt een eigen vermogen op de balansen. De bv heeft voor deze constateringen geen adequate verklaring gegeven.</p>
<h4>Inspecteur vpb nam gebruikelijk loon als kosten</h4>
<p>De inspecteur loonheffingen heeft telefonisch contact gehad met de inspecteur vpb. Die verklaarde dat bij de aanslagen vpb over 2019, 2020 en 2021 de door de bv opgevoerde kosten afdoende onderbouwing missen. De inspecteur heeft daarom in elk van die jaren een gebruikelijk loon als kosten in aanmerking genomen. Daarvan uitgaande is een structureel verlies voor die jaren niet aannemelijk geworden.</p>
<h4>Onderbouw de verliessituatie</h4>
<p>Deze uitspraak laat zien dat een beroep op een structurele verliessituatie om het gebruikelijk loon te verlagen een goede onderbouwing vereist. Aangiften waarin de kosten telkens exact gelijk zijn aan de omzet roepen vragen op. Incomplete balansen versterken het wantrouwen.&nbsp;</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Gerechtshof Amsterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:GHAMS:2025:3817| 20-10-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/03/05/schenking-aandelen-aan-trouwe-werknemer-is-geen-loon/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Mar 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-66318</guid>

					<description><![CDATA[Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de schenker en dankt de schenking aan zijn bewezen kwaliteiten als directeur. De werknemer stelt dat sprake is van een zuivere schenking in het kader van bedrijfsopvolging. Vormen de aandelen loon?</p>
<h4>Van junior tot directeur tot eigenaar</h4>
<p>Een man begint in 2000 als junior bij een concern en werkt zich op tot directeur. Sinds 2007 is hij onafgebroken in dienst. De enig aandeelhouder heeft geen opvolger binnen de familie en wil dat het meer dan honderdjarige familiebedrijf zijn karakter behoudt. Hij schenkt in 2022 alle aandelen aan de directeur. De waarde bedraagt € 7,8 miljoen. De schenking bevat een doorgeefverplichting: als de directeur geen bestuurder meer is, moet hij de aandelen om niet overdragen aan zijn opvolger(s). De inspecteur belast het volledige bedrag als loon in box 1.</p>
<h4>Beloning of bedrijfsopvolging?</h4>
<p>De inspecteur stelt dat een causaal verband bestaat tussen de schenking en de dienstbetrekking. De werknemer kreeg de aandelen omdat hij zich als werknemer had bewezen. Zonder die dienstbetrekking had hij de aandelen nooit gekregen. Bovendien ontbreekt een familieband of andere persoonlijke relatie met de schenker. De werknemer betoogt dat sprake is van een reële bedrijfsopvolging. De schenker wilde de continuïteit van de onderneming waarborgen en voorkomen dat het bedrijf ten prooi zou vallen aan grotere spelers.</p>
<h4>Causaal verband is niet genoeg</h4>
<p>De rechtbank stelt voorop dat de aandelen behoorden tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever. De schenker is niet gecompenseerd voor zijn verarming. Een causaal verband tussen voordeel en dienstbetrekking betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel heeft verstrekt. Uit het getuigenverhoor blijkt dat de schenker de aandelen uit eigen beweging schonk, vanuit zijn diepgewortelde wens dat de onderneming haar karakter zou behouden. De schenker had daarbij vooral zijn aandeelhouderspet op, niet zijn werkgeverspet. Bovendien kreeg de werknemer de aandelen niet vrij in handen: hij moet ze doorgeven aan zijn opvolgers. De doorgeefverplichting benadrukt hier dat de continuïteit van de onderneming vooropstaat, niet de beloning van de werknemer. Van loon van derden of fooien is evenmin sprake, omdat de aandelen geen vergoeding vormen voor verrichte werkzaamheden.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Rechtbank Noord-Nederland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNNE:2026:213| 28-01-2026</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Voetbalkaartjes voor werknemers zijn loon in natura</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/02/12/voetbalkaartjes-voor-werknemers-zijn-loon-in-natura/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 12 Feb 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-66120</guid>

					<description><![CDATA[Een schoonmaakbedrijf beschikt over twee seizoenkaarten voor Ajax en koopt nog 22 kaarten voor de wedstrijd Ajax-Juventus. De kaarten worden gebruikt]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een schoonmaakbedrijf beschikt over twee seizoenkaarten voor Ajax en koopt nog 22 kaarten voor de wedstrijd Ajax-Juventus. De kaarten worden gebruikt door werknemers en de aandeelhouder. Het bedrijf stelt dat de kaarten dienen voor acquisitie en relatiebeheer. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op. Het bedrijf heeft namelijk niet geadministreerd wie de wedstrijden heeft bezocht en met welk doel. Is de naheffing terecht?</p>
<h4>Zakelijk?</h4>
<p>Het bedrijf stelt dat de kaarten acquisitiemiddelen zijn. Potentiële klanten worden meegenomen naar wedstrijden of krijgen kaarten ter beschikking gesteld. Tijdens wedstrijden en evenementen in het stadion doet het bedrijf nieuwe contacten op die leiden tot omzet. De schoonmaakbranche is een competitieve markt waarin contracten tot stand komen op basis van persoonlijke gunning en netwerken. Volgens het bedrijf heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voordeel in natura.</p>
<h4>Privé</h4>
<p>De rechtbank oordeelt dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in hoge mate een recreatief karakter heeft. Werknemers die een wedstrijd bezoeken, doen dat in beginsel uit eigen persoonlijke behoeftenbevrediging. Het is vervolgens aan het bedrijf om het zakelijke karakter van de verstrekking aannemelijk te maken. Daarin slaagt het bedrijf niet. Het bedrijf heeft niet inzichtelijk gemaakt wie de kaarten heeft gebruikt en of dat een zakelijk of privédoel had. Dat tijdens een wedstrijdbezoek een contact kan worden opgedaan dat uitgroeit tot een zakelijk contact, neemt het consumptieve karakter van het bezoek niet weg. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Rechtbank Gelderland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBGEL:2025:5000| 25-06-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hof akkoord met gebruikelijk loon van € 7.500</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2026/01/22/hof-akkoord-met-gebruikelijk-loon-van-e-7-500/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 22 Jan 2026 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65868</guid>

					<description><![CDATA[Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het directe einde betekenen van de onderneming. De rechtbank en het hof stellen het gebruikelijk loon vast op € 7.500. Deze uitspraak verduidelijkt wanneer afwijking van het wettelijke minimumloon mogelijk is. Een incidenteel verlies volstaat niet, maar als loonbetaling de onderneming direct de das omdoet, wel. De rechter kijkt naar het complete plaatje: liquiditeiten, voorraden, bedrijfsmiddelen en toekomstperspectief.</p>
<h4>Edelmetaalhandel in zwaar weer</h4>
<p>De dga is de enige werknemer. De dga dient aan het einde van 2022 een aangifte loonbelasting in en geeft daarbij een belastbaar loon van € 48.000 op. Omdat de betaling uitblijft, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor dat bedrag. Enkele maanden later maakt de dga bezwaar. Hij stelt dat de aangifte is gebaseerd op onjuiste cijfers en vraagt om herziening van de naheffingsaanslag. De inspecteur komt de dga gedeeltelijk tegemoet en verlaagt het belastbare loon naar € 25.000. De dga gaat hiertegen in beroep.</p>
<p>In 2019 en 2020 maakt de bv bescheiden winsten. In 2021 verhoogt coronasteun de winst naar € 26.187. In 2022 volgt een verlies van € 5.664. Als in 2023 het verlies verergert tot € 23.433, besluit de dga de onderneming te staken. Hij zegt de huur van het bedrijfspand op en bereidt de beëindiging van de activiteiten voor. Het eigen vermogen daalt naar € 40.731, met slechts € 12.721 aan liquide middelen. Uitbetaling van € 25.000 zou de directe ondergang van de onderneming betekenen. Voorraden en bedrijfsmiddelen moeten dan worden verkocht om het salaris te betalen. De onderneming kan dan niet meer functioneren.</p>
<h4>Hof: continuïteit gaat voor</h4>
<p>De rechtbank stelt het gebruikelijke loon vast op € 7.500. Het hof bevestigt dat. De wet biedt deze ruimte bij structurele verliezen die de continuïteit bedreigen. Niet alleen liquiditeiten tellen, maar de hele financiële positie. De dga heeft jarenlang geen salaris opgenomen om vermogen op te bouwen. Dit zit vast in bedrijfsnoodzakelijke activa. Het is cruciaal dat de dga geen geld heeft onttrokken via andere routes. Het opgebouwde vermogen zit volledig in de onderneming. De inspecteur mag zijn ogen niet sluiten voor het feit dat de onderneming in 2023 verder verlies leed en in 2025 is gestaakt.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Gerechtshof Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:GHDHA:2025:2591 | 30-09-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gedeeltelijke verlenging zachte landing handhaving schijnzelfstandigheid</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2025/12/23/gedeeltelijke-verlenging-zachte-landing-handhaving-schijnzelfstandigheid/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 23 Dec 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65567</guid>

					<description><![CDATA[Bij de behandeling van het Belastingplan zijn verschillende moties aangenomen, gericht op de verlenging van de zachte landing voor de handhaving op]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Bij de behandeling van het Belastingplan zijn verschillende moties aangenomen, gericht op de verlenging van de zachte landing voor de handhaving op arbeidsrelaties. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet besloten de zachte landing voor het handhavingsbeleid rond schijnzelfstandigheid gedeeltelijk te verlengen in 2026, maar niet volledig. Een volledige verlenging van de zachte landing zou volgens het kabinet ongewenste effecten hebben, zoals het ontmoedigen van organisaties die zich al hebben aangepast aan de regels en het vertragen van de vooruitgang op dit dossier.</p>
<p>Dit betekent dat in 2026 de volgende zaken wijzigen ten opzichte van 2025:</p>
<ul>
<li>Er kunnen weer vergrijpboetes worden opgelegd.</li>
<li>Bij een boekenonderzoek kan de Belastingdienst kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.</li>
</ul>
<p>De Belastingdienst blijft in 2026 de mogelijkheid van naheffingen voor de periode tot 1 januari 2025 behouden. De Belastingdienst blijft, ook in 2026, starten met een bedrijfsbezoek. De inzet daarbij is “het goede gesprek” en de mogelijkheid voor organisaties om hun bedrijfsvoering te verbeteren. Er zullen in 2026 nog geen verzuimboetes worden opgelegd. Dit betekent dat, anders dan in 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat deze boetes worden opgelegd in het geval van opzet of grove schuld bij (evidente) schijnzelfstandigheid. Dit geldt voor zowel werkgevenden als werkenden.&nbsp;</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Ministerie van Financiën| besluit| 18-12-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Overgangstermijn youngtimerregeling voor auto’s die dit jaar 15 zijn geworden</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2025/12/18/overgangstermijn-youngtimerregeling-voor-autos-die-dit-jaar-15-zijn-geworden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Dec 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65519</guid>

					<description><![CDATA[Voor auto's die in 2025 15 jaar oud worden, geldt de huidige ‘youngtimerregeling’. Dit betekent dat de bijtelling wordt berekend op basis van 35% van]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Voor auto&#8217;s die in 2025 15 jaar oud worden, geldt de huidige ‘youngtimerregeling’. Dit betekent dat de bijtelling wordt berekend op basis van 35% van de waarde in het economische verkeer van de auto. Dit blijft ongewijzigd voor 2025. Vanaf 2026 verandert de situatie. Voor deze auto&#8217;s geldt dan een tijdelijke bijtelling van 25% of 22% van de cataloguswaarde, totdat de auto 16 jaar oud wordt. Zodra de auto in 2026 16 jaar oud wordt, kan opnieuw gebruik worden gemaakt van de youngtimerregeling.</p>
<p>Om deze gevolgen te verzachten, heeft het kabinet besloten tot een overgangsregeling via een beleidsbesluit. Met deze regeling mogen belastingplichtigen ervoor kiezen om in 2026 toch de huidige youngtimerregeling te blijven toepassen. Dit biedt de betreffende gebruikers vooral handelingsruimte en voorkomt dat zij plotseling moeten omgaan met verhoogde kosten. Zo wordt recht gedaan aan het oorspronkelijke idee van een anticipatiejaar voor alle betrokkenen. Het besluit zal met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 in werking treden en uiterlijk op 1 januari 2027 worden omgezet in wetgeving.</p>
<p>Vanaf 1 januari 2027 wordt de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling definitief verhoogd naar 25 jaar. Dit betekent dat vanaf dat moment alleen auto&#8217;s die 25 jaar of ouder zijn in aanmerking komen voor de youngtimerregeling.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Ministerie van Financiën| besluit| 2025-0000614512| 15-12-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Loon op loonlijst is belast, ook zonder uitbetaling</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2025/11/20/loon-op-loonlijst-is-belast-ook-zonder-uitbetaling/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 Nov 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-65135</guid>

					<description><![CDATA[Een vader helpt zijn zoon met de opstart van diens bv. Hij staat op de loonlijst en de bv houdt loonheffing in. Echter, de vader ontvangt geen geld.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een vader helpt zijn zoon met de opstart van diens bv. Hij staat op de loonlijst en de bv houdt loonheffing in. Echter, de vader ontvangt geen geld. De vader ontvangt alleen AOW en een klein pensioen. In zijn aangifte probeert de vader het loon weg te strepen. Hij vermeldt het loon, maar trekt datzelfde bedrag weer af als negatief resultaat uit overige werkzaamheden (row). Zijn redenering is dat hij het geld niet ontvangen heeft, waardoor dit geld niet voor hem telt.</p>
<p>De inspecteur schrapt het negatieve row en stelt de aanslag vast. Dan slaat de vlam in de pan, aangezien het inkomen van de vader te hoog is voor het ontvangen van toeslagen. Hij moet € 8.000 terugbetalen. De vader gaat in bezwaar. Hij stelt dat hij geen werkzaamheden heeft verricht. Het loon is hierdoor niet vorderbaar en ook niet inbaar. De accountant suggereert dat de vader afstand doet van zijn recht op loonbetaling, waardoor de vordering zal verdwijnen. De bv wil meewerken en een gecorrigeerde aangifte indienen, maar de inspecteur weigert. De belastbare feiten hebben zich voorgedaan.</p>
<h4>Waarom faalt de constructie?</h4>
<p>Het hof gaat in deze zaak systematisch te werk. Er bestaat een arbeidsovereenkomst en daarnaast heeft de vader een arbeidscontract. Er is verklaard dat de vader de onderneming feitelijk exploiteert. In het bezwaarschrift schrijft de vader dat hij zijn zoon helpt met de opbouw. Later probeert hij dat af te zwakken, maar hij staat op de loonlijst. Er is sprake van een dienstbetrekking waarvoor hij een arbeidsbeloning ontvangt. De bv heeft het loon in de loonaangiften opgenomen en loonheffing afgedragen. Cruciaal is dat de bv personeelskosten ten laste van de winst heeft gebracht. Uit de aanslag vennootschapsbelasting en de herziene aangifte blijkt dat het betwiste loon hier onderdeel van is.</p>
<h4>Vorderbaar en inbaar</h4>
<p>Het cruciale punt in deze zaak is of het loon vorderbaar of inbaar is. Hiervan is sprake, aangezien de vader op dit punt geen tegenargumenten heeft aangevoerd. Zijn enige argument is dat hij het geld niet heeft ontvangen vanwege zijn toeslagen, maar juridisch gezien doet dit er niet toe. Het loon staat op de loonlijst, de bv heeft het als kostenpost behandeld en de loonheffing is afgedragen. Hierdoor is het loon belast en het maakt daarbij niet uit dat de vader het geld nooit heeft ontvangen. Loon dat op de loonlijst staat en waarover loonheffing is afgedragen, is belast.&nbsp;</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2025:2783| 07-10-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Niet langer uitkeren van pensioen leidt tot belaste aanspraak</title>
		<link>https://www.veeracc.nl/2025/11/06/niet-langer-uitkeren-van-pensioen-leidt-tot-belaste-aanspraak/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[veeracc]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 06 Nov 2025 04:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Loonbelasting]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://im-64909</guid>

					<description><![CDATA[Een dga krijgt na twee jaar pensioenuitkeringen ineens 'het besef' dat uitkeren niet nodig was. Er volgt een naheffing van ruim een miljoen euro. De]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een dga krijgt na twee jaar pensioenuitkeringen ineens &#39;het besef&#39; dat uitkeren niet nodig was. Er volgt een naheffing van ruim een miljoen euro. De dga bereikte in juni 2015 de pensioengerechtigde leeftijd. Conform de pensioenbrief gaat zijn ouderdomspensioen van &euro; 53.075 per jaar in. In 2015 wordt keurig aangifte gedaan &eacute;n loonheffing afgedragen. In 2016 doet de bv wel aangifte, maar vergeet de loonheffing af te dragen. In het jaar 2017 doet de bv plotseling nihilaangiften. De verklaring is opmerkelijk: &#39;Vanaf 2017 is het besef ingedaald dat er geen pensioen uitgekeerd hoeft te worden.&#39; Een besef dat de Belastingdienst niet deelt.</p>
<h4>Onder dwang?</h4>
<p>In de procedure beweert de bv dat de pensioenuitkeringen in 2015 en 2016 onder dwang van controlerende ambtenaren zijn gebeurd. Hij kan dit alleen niet bewijzen. Het hof oordeelt dat de inspecteur geen stukken kan overleggen die niet bestaan. Bovendien heeft de bv deze dwang nooit eerder aangevoerd, ook niet in de eerdere procedure over 2016.</p>
<h4>Verrekenen met rekening-courant</h4>
<p>De bv beweert onvoldoende middelen te hebben om het pensioen uit te betalen. Maar de dga heeft een rekening-courantschuld van &euro; 276.747 bij de bv. Het pensioen kan simpelweg worden verrekend met deze schuld. De wettelijke beperkingen voor verrekening met regulier loon gelden niet voor pensioenuitkeringen.</p>
<h4>Fiscaal onzuiver</h4>
<p>Door bewust te stoppen met de pensioenuitkeringen wordt de regeling fiscaal onzuiver. De gevolgen zijn dat de volledige waarde van de pensioenaanspraak (&euro; 1,67 miljoen) wordt belast. Dit leidt tot een naheffing van &euro; 1,15 miljoen, inclusief revisierente. De bv heeft bewust het risico genomen dat, als geen dwang aannemelijk kan worden gemaakt, het pensioen fiscaal onzuiver zou worden. Dat risico materialiseert zich nu in volle omvang.</p>
<div style="font-size:smaller" class="im_source">Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden| jurisprudentie| ECLI:NL:GHARL:2025:6243| 06-10-2025</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
